Begeleiding algemeen
De begeleiding op het Gymnasium wordt gekenmerkt door het mentoraat. In alle klassen wordt de begeleiding uitgevoerd door mentoren. In de verschillende jaarlagen is de taak van de mentor anders ingevuld. De mentoren worden daarbij ondersteund door de teamleiders. Waar nodig roepen we de hulp in van een vaste orthopedagoog, remedial teacher of andere externe deskundigen.
Begeleiding onderbouw
Klas 1
Om de overstap van basisschool naar voortgezet onderwijs goed te doen verlopen, heeft een leerling veel aandacht nodig.
Mentoren
De sociale en didactische begeleiding tijdens het eerste schooljaar wordt uitgevoerd door één mentor per klas. Daarbij heeft elke eerste klas ook twee “leerlingbegeleiders”: leerlingen uit de vijfde klas die van begin af aan (informatieochtend klas 0, kennismakingsdagen in september) betrokken zijn bij het wel en wee van de kinderen uit “hun” klas. Zij helpen de nieuwe leerlingen zich snel thuis en vertrouwd te voelen op school.
Uitgangspunt is dat alle leerlingen aandacht krijgen. Echter, uitgaand van “zorg op maat”, zal aan de ene leerling meer of andere aandacht worden gegeven dan aan de andere leerling.
Begeleidingsuren
De mentor geeft zelf les aan zijn klas en heeft daarnaast in ieder geval wekelijks contact met de leerlingen tijdens een ingeroosterde begeleidingsles.
In de eerste periode van het schooljaar krijgen de eerste klassen een extra uur begeleidingsles, waarin veel aandacht besteed wordt aan kennismaking met de gang van zaken op school: agenda, schoolregels, toetsreglement, enz. en aan het functioneren op school en in de klas: aanpassing aan al het nieuwe, omgang met elkaar, het opstellen van een omgangscontract, enz.
In de volgende periodes zal er meer aandacht zijn voor gesprekken, individueel, in groepjes of met de hele klas en aandacht voor de studievaardigheden.
Vanzelfsprekend zullen mentor en leerling, indien nodig, elkaar ook op andere tijdstippen spreken.
De mentor is de vertrouwens- en contactpersoon voor leerling én ouders.
Contacten met thuis
Aan het begin van het schooljaar nodigt de mentor de ouders uit op school voor een individuele kennismaking.
Hij houdt de ouders door het jaar heen op de hoogte van de vorderingen van hun kind. Na elke leerlingbespreking neemt hij telefonisch, schriftelijk of per e-mail contact op met thuis en indien nodig vaker.
Vanzelfsprekend kunnen ouders te allen tijde contact opnemen met de mentor.
Klas 2
De begeleiding in klas 2 is in hoofdlijnen een voortzetting van klas 1. Alle leerlingen blijven aandacht krijgen, al zal het net als in klas 1 zo zijn dat de ene leerling meer of andere aandacht krijgt dan de andere. Het verschil met het vorige schooljaar is dat het accent verschuift van geleid naar begeleid.
In het wekelijks ingeroosterde begeleidingsuur heeft de mentor contact met zijn leerlingen, waarbij de gesprekken individueel of groepsgewijs plaats kunnen vinden.
Na de leerlingbesprekingen brengt de mentor verslag uit aan de ouders; dit doet hij telefonisch, schriftelijk of per e-mail en indien nodig vaker.
Klas 3
Ook in klas 3 krijgt de klas een mentor. Deze mentor heeft ervaring in het begeleiden van de profielkeuze van de leerlingen. Het accent in de studiebegeleiding verschuift wel enigszins: van begeleid gaat het naar meer zelfstandig. In de derde klas komt het aan op een goede keuze van iedere leerling voor het vervolg van de schoolloopbaan. De mentor speelt daar een belangrijke rol in. De decaan helpt de mentoren en de leerlingen bij de profielkeuze.
De mentor heeft wekelijks contact met zijn leerlingen tijdens het ingeroosterde mentoruur, waarbij de gesprekken individueel of groepsgewijs plaats kunnen vinden.
Na elke leerlingbespreking, indien nodig vaker, brengt hij verslag uit. Dit gebeurt telefonisch, schriftelijk of via e-mail.
Begeleiding bovenbouw
Klas 4
In klas 4 maakt de leerling een nieuwe start. Hij krijgt ook een nieuwe mentor. Een mentor heeft ongeveer 15 mentorleerlingen onder zijn hoede en van elk van hen heeft hij de informatie van de onderbouwmentor gekregen. De begeleiding verandert van karakter. De nadruk ligt nu op het ontwikkelen van de zelfstandigheid van de leerling. Regelmatig zal de mentor gesprekken voeren over de studie en over de studievoortgang. Daar waar stagnatie optreedt zal de mentor samen met zijn pupil zoeken naar oplossingen.
Na elke leerlingbespreking, indien nodig vaker, brengt de mentor verslag uit. Dit doet hij telefonisch, schriftelijk of via e-mail. Uiteraard is de mentor voor de ouders aanspreekpunt binnen de school.
Klas 5 en 6
Ook in klas 5 en 6 is begeleiding nodig in de leer- en keuzeprocessen die een leerling doormaakt. Juist in een periode van identiteitsontwikkeling en groeiende behoefte aan autonomie heeft een leerling iemand nodig van wie hij feedback krijgt en met wie hij reflecteert op zijn functioneren.
In principe houdt een leerling in klas 5 en 6 de mentor die hij in klas 4 had; deze mentor heeft ongeveer vijftien pupillen onder zijn hoede en van elk van hen heeft hij de verzamelde informatie. De taak van de mentor is het regelmatig voeren van gesprekken met zijn pupil in een daarvoor ingeroosterd mentoruur. Hierin wordt de voortgang van de studie besproken en factoren die een stagnerende invloed hebben, worden opgespoord. De leerling wordt gestimuleerd tot het formuleren van een oplossing. Het initiatief tot contact ligt zowel bij de mentor als bij de leerling, dit is wezenlijk anders dan in klas 4.
Voor specifieke leerproblemen of sociaal-emotionele problemen kan deskundige hulp worden gezocht in overleg met de teamleider en/of de ouders.
Twee keer gedurende het schooljaar neemt de mentor contact op met de ouders van zijn pupillen; op andere momenten alleen wanneer daar aanleiding toe is. Vanzelfsprekend fungeert de mentor voor de ouders ook als aanspreekpunt binnen de school.
Uitgangspunt blijft: leerlingbegeleiding is geen probleembegeleiding, maar leer- en keuzeprocessen van de leerling staan centraal. Vandaar ook dat in klas 6 het initiatief tot contact met een begeleider meer bij de leerling gelegd wordt: hij kan een afspraak maken met de mentor.
Met de teamleider houdt de mentor het overzicht over het functioneren van de leerling en zij ondernemen tijdig actie in de zin van de leerling stimuleren tot zelfreflectie en het zich stellen van doelen. Wanneer daar aanleiding toe is, nemen zij contact op met de ouders.
Decaan
Loopbaanoriëntatie- en begeleiding in
de Tweede fase
Het doel van Loopbaanoriëntatie- en begeleiding (LOB) is:
• leerlingen bewust te maken van hun relatie tot en aanleg voor de diverse beroepen en vakken en de betekenis daarvan voor hun latere keuzes. De school hanteert een methode die vier verschillende rollen onderscheidt:
• leerlingen: werken aan hun loopbaanoriëntatie via de interactieve, digitale methode Qompas Profielkeuze of Qompas Studeren. Aan deze programma’s kunnen ze ook thuis en op elk moment werken. Tevens biedt de methode de gelegenheid verslagen en andere gegevens op te slaan, zodat er door de leerling een zogenaamd Toekomstdossier kan worden gevormd.
• vakdocenten: belichten de betekenis van de schoolvakken voor de leerlingen zelf, voor de studie- en beroepskeuze en voor de maatschappij en adviseren leerlingen bij hun keuze.
• mentoren verrichten groepsgebonden en leerlinggebonden activiteiten (bijvoorbeeld zelfbeeldverheldering) , adviseren de leerlingen en evalueren met de vakdocenten en decaan.
• decaan geeft voorlichting, ook in lessen, begeleidt het proces, voorziet mentoren en leerlingen van materialen en houdt een (groeps-) gesprek met de leerlingen voorafgaand aan de definitieve lijn-/profielkeuze. En tot slot: de decaan is ook het verplichte aanspreekpunt als een leerling van vak(ken) of profiel wil veranderen.
Leerjaar 3
In leerjaar 3 bereidt de leerling zich voor op de profielkeuze voor CM(cultuur en maatschappij), EM (economie en maatschappij), NG (natuur en gezondheid) of NT (natuur en techniek). In het kader daarvan wordt er een aantal lessen en andere activiteiten georganiseerd voor de leerlingen. Zo zal er een profielkeuzemiddag zijn waarbij leerlingen voorlichting krijgen door oud-leerlingen over verschillende studies en ook voor ouders wordt er een informatieavond gegeven. De echte profielkeuze komt in een aantal stappen tot stand, waarbij de decaan met alle leerlingen ook nog een gesprekje heeft.
De digitale methode Qompas-Profielkeuze draagt ertoe bij dat leerlingen op basis van hun zelfbeeld met betrekking tot vaardigheden, interesses en ook capaciteiten tot een juiste profielkeuze kunnen komen. Daarnaast biedt de methode inzicht in de te kiezen profielen en geeft een schat aan actuele informatie over de daaruit voortvloeiende vervolgopleidingen en beroepen. Aan het programma kan ook thuis en samen met ouders gewerkt worden.
Vooral in klas 3 en 4 werkt de decaan nauw samen met de mentoren.
Leerjaar 4
In leerjaar 4 is de aandacht gericht op de zelfde soort activiteiten als die in klas 3, ondersteund door hetzelfde Qompasprogramma.
Daarnaast gaan alle leerlingen samen een middag naar de Radboud Universiteit Nijmegen om daar colleges te krijgen conform hun profiel. Ze bezoeken de VVA-avond, georganiseerd door de decanen van Apeldoorn, waarop alle universiteiten zich presenteren door middel van studievoorlichtingen etc. Ook houdt de decaan gesprekjes over de voortgang en lessen over studiezaken.
Vanzelfsprekend is de decaan er ook voor hen die vakken willen wijzigen, opnemen of laten vallen en voor hen die van lijn of profiel willen veranderen. Dergelijke zaken moeten zelfs altijd via de decaan.
Leerjaar 5 en 6
Beide leerjaren staan helemaal in het teken van de naderende studie- en beroepskeuze. In beide jaren maken de leerlingen gebruik van het programma Qompas-studeren, waarin een schat aan informatie over studies, instellingen en beroepen staat.
Er wordt veel waarde gehecht aan het bezoeken van Open Dagen en meeloopdagen en in het algemeen aan een brede oriëntatie op studie en beroep. In deze jaren vinden ook de aansluitingsprojecten VWO-WO plaats, bijvoorbeeld het Wageningenproject of Lapptop van Universiteit Leiden, waarbij leerlingen de kans krijgen om al samenwerkend en profielbreed hun academische vaardigheden te vergroten of zich op een bepaald vak breed en diep te oriënteren. Voor ouders en leerlingen van klas 6 wordt er een voorlichtingsavond georganiseerd over alles dat komt kijken bij een vervolgstudie.
Voor meer informatie klik hier.
Open dagen / meeloopdagen etc.
Leerlingen vanaf leerjaar 4 worden tijdens het schooljaar ruimhartig in staat gesteld open dagen van opleidingen te bezoeken. Hiervoor hanteren wij echter een procedure:
Een leerling die een open dag of bijvoorbeeld een meeloopdag wil bezoeken dient tijdig (minimaal twee dagen tevoren) via de mail contact op te nemen met de decaan over datum, plaats en doel van voorgenomen bezoek. De decaan geeft vervolgens verlof tot deelname. Uitgangspunt hierbij is o.a. of de leerling op die dag geen toetsen heeft of andere belangrijke schoolopdrachten en of het bezoek past binnen het gekozen profiel. Zo nodig wordt er overlegd met de teamleider. Van de leerling wordt gevraagd een kort verslag te maken en dat niet alleen zelf in het portfolio te bewaren, maar ook op te slaan in het programma Qompas of te mailen naar de decaan.
Hulp bij LOB
Naast de oriëntatie op vervolgopleidingen via de methode Qompas is er ook steun van de school. Dit kan zijn middels oriëntatielessen door de decaan, vakdocenten, mentoren of externe deskundigen. Daarnaast spelen uiteraard ook vele anderen een rol bij de oriëntatie, zoals vrienden en familie. Hieronder volgt een aantal hulpmiddelen die een belangrijke rol kunnen spelen:
Naslagwerken
De meeste van deze boeken zijn aanwezig in de mediatheek van de school en bij de decaan. De boeken zijn niet beschikbaar voor uitleen, maar er bestaan nu ook digitale versies, o.a. www.studiekeuze123.nl.
• Studiewegen. In dit naslagwerk staan alle opleidingen voor Wetenschappelijk Onderwijs. Naast adressen, telefoonnummers, websites e.d. vind je hierin de opbouw van het propedeusejaar, de differentiatiemogelijkheden en afstudeerrichtingen.
• Selectie. In dit naslagwerk staan alle opleidingen voor Wetenschappelijk Onderwijs. Naast adressen, telefoonnummers, websites e.d. vind je hierin de opbouw van het propedeusejaar, de differentiatiemogelijkheden en afstudeerrichtingen.
• Keuzegids Hoger onderwijs. Dit is een soort consumentengids. Opleidingen worden hierin vergeleken. In de gids geven studenten en deskundigen hun mening over de kwaliteit van de opleiding. Dit voor zowel HBO- als WO- opleidingen.
Internetsites
Voor een overzicht van alle relevante sites klik hier.