Drie broers op weg naar het Concertgebouw

Akopian Trio

Adam is 17 en pianist, Christian is 16 en cellist en Emanuel is net 12 en violist. Alle drie zitten ze op Gymnasium Apeldoorn. Daarnaast volgen ze lessen aan conservatoria en talentacademies, doen ze mee aan concoursen en staan ze regelmatig op het podium.

Op zaterdag 17 oktober spelen ze samen als Akopian Trio in de Kleine Zaal van het Concertgebouw in Amsterdam.

Maar dat verhaal begon natuurlijk niet in het Concertgebouw. Het begon thuis.

 

Muziek hoorde er gewoon bij

Muziek is bij de familie Akopian geen hobby die toevallig wat groot is geworden. Het zit diep in de familie én in de achtergrond van hun ouders. Hun moeder is zelf musicus en geeft pianoles in Apeldoorn (Pianoschool) en Arnhem (ArtEZ Conservatorium). Ook hun vader speelde viool en aan beide kanten van de familie zijn musici te vinden. Hun ouders hebben hun roots in Armenië en groeiden op met een sterke traditie rond muziekonderwijs. In landen van de voormalige Sovjet-Unie was het heel gebruikelijk dat kinderen naast school ook naar een muziek- of kunstschool gingen. Niet alleen voor de gezelligheid, maar serieus: met lessen, examens en vaak een diploma. “Daar hoorde muziek echt bij de opvoeding,” vertelt hun moeder. “Kinderen gingen naar de muziekschool en kregen les op een behoorlijk hoog niveau. Dat hoefde helemaal niet te betekenen dat je later musicus werd. Het was gewoon een onderdeel van je ontwikkeling.” Voor haar was het daarom vanzelfsprekend dat ook haar eigen kinderen een instrument zouden leren spelen. Dat ze alle drie zoveel aanleg bleken te hebben, kon ze natuurlijk niet voorspellen. “Als musicus zie je soms wel vroeg dat een kind iets met muziek heeft. Maar talent alleen is niet genoeg. Je moet ook leren hard werken.” En precies die combinatie – muziek als vanzelfsprekend onderdeel van het leven, talent én veel uren maken – loopt als een rode draad door het verhaal van de drie broers.

Adam

Adam begon rond zijn zesde met piano. Zijn eerste docent was zijn moeder. Dat ging niet eindeloos goed. Zijn moeder lacht: “Hij heeft een pittig karakter. Dus op een gegeven moment heb ik hem toch maar naar een collega gebracht.” Na ongeveer anderhalf jaar ging het snel. Rond zijn tiende werd Adam toegelaten tot de jongtalentklas van het Conservatorium van Amsterdam. Daarna volgden concoursen, prijzen en optredens. 

Zijn eerste optreden in het Concertgebouw was in de Spiegelzaal tijdens een live-uitzending van NPO Klassiek. “Ik was toen ongeveer elf. Ik besefte nog niet helemaal dat het bijzonder was dat ik daar speelde.” Tijdens dat optreden werd hem gevraagd wat zijn droom was. Zijn antwoord: ooit spelen in de Kleine Zaal van het Concertgebouw. En daarna misschien de Grote Zaal. Die eerste droom kwam verrassend snel uit. Toen hij twaalf was, gaf hij een solorecital van ongeveer drie kwartier in de Kleine Zaal. “Dat was heel vermoeiend. Je moet zo lang volledig geconcentreerd blijven. Maar ik weet vooral nog dat ik heel veel plezier had. Toen dacht ik echt: ik zit hier gewoon in het Concertgebouw.” Een jaar later speelde hij ook in de Grote Zaal. “Dat was weer totaal anders. Je ziet al die grote pianisten altijd van die trappen aflopen. En dan loop je daar ineens zelf.” Vooral het applaus is hem bijgebleven. “Dat is daar echt oorverdovend.”

’s Ochtends conservatoriumexamen, daarna een toets op school

Adam zit nu in zijn examenjaar op Gymnasium Apeldoorn en volgt daarnaast de vakopleiding piano aan het Conservatorium van Amsterdam. Voor die opleiding werd hij al toegelaten voordat hij zijn middelbareschooldiploma had. Dat levert bijzondere combinaties op. Hij vertelt over een toetsweek waarin hij ’s morgens vroeg naar Amsterdam moest voor een conservatoriumexamen. Daarna snel de trein terug naar Apeldoorn. “Toen had ik nog ongeveer tien minuten om op school te komen en daar moest ik meteen een toets maken.” En daarna? Gewoon naar huis om voor de volgende toetsen te leren. Het Gymnasium denkt mee over die combinatie. Adam heeft contact met de talentcoördinator en samen wordt gekeken wat haalbaar is. “Je moet vooral goed plannen.”

Een discussie met Adam kan best even duren

Wie Adam alleen achter de piano ziet, mist een andere kant van hem. Hij is gek op discussiëren. Politiek, economie, rechten, geloof: hij praat er graag over met vrienden en familie. “Ik vind argumenteren gewoon heel leuk. Mensen proberen te overtuigen ook.” Waarvan dan? Adam antwoordt met een grijns: “Dat mijn perspectief superieur is.” Zijn moeder begint te lachen. “Hij heeft altijd heel duidelijke overtuigingen gehad. Je kunt soms uren met hem praten. Dan denk je: hij neemt helemaal niets aan.” Maar dat blijkt niet altijd zo. “Soms komt hij een week later terug en zegt hij ineens: daar had je toch wel gelijk in.” Juist die gesprekken vindt Adam één van de mooie kanten van school. “School is meer dan lessen volgen, leren en een toets maken. Juist door gesprekken met anderen leer je veel.” Later wil Adam in ieder geval verder als pianist en internationaal optreden. Tegelijk denkt hij serieus na over een universitaire studie, bijvoorbeeld Business Administration of rechten.

Daniil Trifonov als voorbeeld

Een pianist die Adam al jaren bewondert is Daniil Trifonov. Hij bezocht meerdere concerten van hem en sprak hem zelfs een keer kort. “Hij is ontzettend doordacht en filosofisch. Dat vind ik heel interessant.” Voor later droomt Adam van internationale optredens, concerten met orkesten en opnieuw spelen in de Grote Zaal van het Concertgebouw.

Christian

Christian is 16 en zit in klas 5 van Gymnasium Apeldoorn. Ook hij begon met piano. Niet zo vreemd, want zoals hij zelf zegt: “Mijn broer speelde piano, mijn moeder, mijn tante, mijn oma. Iedereen speelde piano.” Alleen voelde Christian het niet echt. Tot zijn vader hem een video liet zien van cellist Stjepan Hauser. “Ik hoorde dat en dacht: dit wil ik proberen.” Na een proefles was het duidelijk. De piano mocht plaatsmaken voor de cello. 

 

“De cello zit dicht bij de menselijke stem”

Wat hem zo aantrekt in het instrument? “De cello zit qua klank heel dicht bij de menselijke stem. Hij klinkt warm en heeft een enorm bereik. Van heel laag tot heel hoog.” Maar vooral de vrijheid vindt hij interessant. “Je kunt een toon op heel veel verschillende manieren spelen. Met een cello kun je echt zoeken naar hoe je iets wilt laten klinken.” Hauser was degene die hem ooit enthousiast maakte, maar inmiddels luistert hij ook naar cellisten als Mstislav Rostropovitsj, Mischa Maisky en Yo-Yo Ma.

Voor natuurkunde bouwde Christian gewoon een cello

Christian heeft op school een N&T-profiel en houdt van natuurkunde, scheikunde en biologie. Een praktische opdracht voor natuurkunde paste daarom wel heel goed bij hem. De leerlingen moesten zelf een muziekinstrument bouwen. Christian koos samen met een klasgenoot voor een cello. “We konden mijn echte cello gebruiken om alle maten precies op te meten.” En het bleef niet bij een model. De zelfgebouwde cello werkte ook echt. “We hebben hem nog thuis.” Dan, lachend: “Hij is alleen wel heel zwaar.” Juist zulke opdrachten vindt Christian leuk: zelf iets maken, experimenteren en ontdekken waarom iets wel of niet werkt.

Geneeskunde én muziek

Christian denkt serieus na over geneeskunde. Het liefst wil hij uiteindelijk hartchirurg worden. Hij kijkt naar studies in onder meer Rotterdam, Leiden en Amsterdam. Maar stoppen met muziek? Dat is eigenlijk geen optie. Hij denkt daarom aan een combinatie: geneeskunde studeren en daarnaast zijn muziekopleiding voortzetten. Zijn moeder vindt het bij hem passen. “Christian is heel empathisch. Geneeskunde sluit echt aan bij wie hij is.” Later wil Christian dus het liefst twee werelden combineren: werken als arts, uiteindelijk als hartchirurg, én op hoog niveau cello blijven spelen.

Een toetsweek vlak vóór het Concertgebouw

De timing rond het concert in oktober is overigens niet ideaal. Van 12 tot en met 16 oktober heeft Christian toetsweek. Op 17 oktober staat hij in het Concertgebouw. En twee dagen daarvoor staat er ook nog een ander optreden gepland. “Dat is wel een beetje pittig.” Daar komt bij dat september al vol zat met concerten en concoursen. Toch houdt hij juist van optreden. “Geen enkel concert is hetzelfde.” En dat bedoelt hij soms heel letterlijk. Tijdens een optreden in de buitenlucht waaide hun bladmuziek bijvoorbeeld weg. Bij een volgend openluchtconcert hadden ze daarom alles met knijpers vastgezet. Ook dat bleek niet helemaal waterdicht. Uiteindelijk speelden ze het stuk gewoon uit hun hoofd verder.

Emanuel

Dan Emanuel. Hij is net 12 en zit sinds dit schooljaar in klas 1 van Gymnasium Apeldoorn. “Ik vind het best leuk,” zegt hij over zijn nieuwe school. Al is er één groot verschil met de basisschool. “Ineens moet je huiswerk maken.” Zijn eigen muzikale verhaal begon al veel eerder. Toen hij nog heel klein was, zat Emanuel regelmatig onder de vleugel terwijl zijn oudere broer Adam boven hem piano speelde. Hij kon nog nauwelijks praten, vertelt zijn moeder. Maar hij zong de muziek mee. En hij klapte de ritmes van de stukken die Adam speelde. Op een gegeven moment viel zijn ouders nog iets anders op. Emanuel bleek een absoluut gehoor te hebben.

Een sirene wordt vanzelf een muzieknoot

Emanuel hoort een toon en weet vrijwel direct welke noot het is. Niet alleen als iemand piano speelt. Ook geluiden om hem heen vertaalt hij in zijn hoofd naar tonen. Een sirene bijvoorbeeld. Zijn moeder: “Hij hoort gewoon meteen welke toon dat is.” Adam heeft ook een zeer goed gehoor, maar vertelt dat hij bij geluiden uit de omgeving soms even moet nadenken. Bij Emanuel gebeurt het direct. Zijn moeder wist daarom al snel welk instrument ze hem graag wilde laten proberen. De viool. “Met zo’n gehoor dacht ik: dat instrument past bij hem.” En dat bleek. Volgens haar ging het vanaf het begin opvallend natuurlijk. “Alsof de viool een deel van hem was.”

Razend snel vooruit

De broers spelen officieel pas ongeveer twee jaar samen als trio. Maar eigenlijk was er jaren eerder al een soort mini-Akopian Trio. Met kerst speelden ze thuis samen Jingle Bells. Emanuel was toen nog zo klein dat hij zijn vingers nog nauwelijks goed op de viool kon zetten. Dus speelde hij mee met losse snaren. Adam en Christian speelden hun partijen en Emanuel deed op gehoor mee. Niet bepaald het repertoire waarmee ze nu het Concertgebouw in gaan. Maar het begin was er. Bij Emanuel ging de ontwikkeling daarna heel snel. Zo snel zelfs dat hij vanwege zijn leeftijd lange tijd nog niet aan allerlei concoursen mocht meedoen. In 2026 kon dat eindelijk wel. Hij deed mee aan verschillende concoursen, ook in het buitenland, en won meerdere prijzen. Ondertussen volgt hij vioollessen via talentopleidingen in Utrecht en Den Haag en reist hij voor lessen ook naar andere steden. School, oefenen, lessen, reizen en concerten: zijn weken zitten behoorlijk vol. Toch vertelt hij er ontspannen over.

Bach moet vooral niet te makkelijk zijn

Een van de werken waar Emanuel naartoe werkt is de beroemde Chaconne van Bach. Hij kreeg de muziek voor zijn verjaardag. Waarom vindt hij het zo mooi? “Er zitten heel veel mooie harmonieën in.” Adam schuift meteen aan in het antwoord en legt uit dat juist de steeds terugkerende structuur bijzonder is. "Een chaconne is een muzikale vorm waarin een korte basis zich oneindig blijft herhalen. Omdat het einde van de cirkel steeds weer het begin is (een variatie daarop), wekt de muziek de illusie van tijdloosheid en de eeuwigheid. Bach heeft zijn chaconne geschreven na de dood van zijn vrouw. Hij verbindt hiermee het sterfelijke, menselijke verdriet met de troost van de goddelijke eeuwigheid". Het stuk is voor Emanuel technisch nog bijzonder moeilijk. Maar daar heeft hij weinig moeite mee. “Als ik alleen maar makkelijke stukken blijf spelen, ontwikkel ik me niet.”

Carnegie Hall staat alvast op het lijstje

Emanuel luistert veel naar andere violisten. Een belangrijk voorbeeld is Jascha Heifetz. Wat bewondert hij? “Hij kan alles spelen en hij speelt heel vrij. Hij is niet bang om fouten te maken.” Ook violist Ray Chen hoort bij de musici naar wie hij graag luistert. En Janine Jansen maakte indruk. Hij bezocht rond kerst een concert van haar in Utrecht. 
Als je twaalf bent, mag je groot dromen. En dat doet Emanuel. Hij zou later graag willen studeren aan het Curtis Institute of Music in Philadelphia. En er is nog een zaal waar hij heel graag ooit wil spelen: Carnegie Hall in New York. “Dat zou ik heel graag willen.” Later wil Emanuel vooral violist worden op internationaal topniveau, studeren aan een vooraanstaand conservatorium en optreden in grote concertzalen, met Carnegie Hall hoog op zijn lijst.