De gewone les
Soms heb je een les tot in de puntjes voorbereid: je hebt helemaal uitgedacht hoe je een nieuw stukje grammatica wil uitleggen, en hebt een opdrachtje bedacht om hier vervolgens mee te oefenen. Dan volgt het moment om je plannen uit te voeren. Je start je les op – een tweede klas Grieks – en vertelt wat je vandaag voor ze gepland hebt. Een lastig grammaticaal onderwerp, de ‘genitivus absolutus’. In je hoofd ben je al bezig met de lastige, abstracte termen die je zo voor ze op het bord zal zetten.
Maar dan gebeurt er iets onverwachts. Je krijgt een ingeving – een vergelijking die je nog nooit eerder hebt gemaakt. Ik hoorde mezelf zeggen: “mensen, eigenlijk is dit net een beetje als pannenkoeken bakken.” Uit sommige hoeken volgde een lach. Aan de blikken van de leerlingen merkte ik dat er ineens meer belangstelling kwam. Waar zou dit heen gaan? Zelf wist ik dat op dat moment nog niet helemaal.

Samen met de klas werkte ik de vergelijking verder uit. Net zoals bij pannenkoeken bakken heb je bepaalde onderdelen nodig, dus noteerden we een lijstje met ingrediënten. Vervolgens stelde ik een vraag. “Kan ik voor de pannenkoeken gewoon alle ingrediënten in de kom gooien? En heb ik dan, voila, een stapel pannenkoeken?” “Nee,” klonk het vanuit de klas, “je moet het eerst mengen, en dan nog bakken.” Super, zo zit het ook met onze genitivus absolutus. Samen stelden we een ‘receptje’ op: eerst controleren of de ingrediënten in de zin zitten, dan het juiste voegwoord kiezen, vervolgens van het ene ingrediënt een onderwerp maken, en ten slotte van het andere ingrediënt een persoonsvorm.
Langzaam maar zeker zag ik steeds meer kwartjes vallen. Tijd dus om te checken of mijn ingeving effect had gehad. Je zet het zinnetje dat je al had voorbereid op het bord. De leerlingen controleren eerst of de ingrediënten er zijn. Yes, we hebben een pannenkoek – of nee, een genitivus absolutus. Dan volgen ze het receptje. Stap voor stap verschijnt er een correcte vertaling van het zinnetje. Het viel me op dat de nogal vage grammaticale constructie ineens best wel dicht bij hun leefwereld kon aansluiten door het te koppelen aan iets wat ze juist allemaal goed kennen. Ook haalde de lichte absurditeit de spanning van ‘oei, dit is lastig’ er even af, wat zeer welkom is bij de uitleg van droge Griekse grammatica.
Nadat de leerlingen zelf nog een oefening hadden gemaakt, was er aan het einde van de les een momentje om kort te reflecteren: wat neem ik mee van deze les? Een van de leerlingen begon over ingrediënten en een receptje, en kreeg bijval van een aantal anderen. Daarna volgden ook leerlingen met aanvullingen over de inhoud, waardoor ik het idee kreeg dat de kern van mijn uitleg bij de meesten goed was blijven hangen.
Een gewone les hoeft voor mij dus niet altijd precies te zijn wat je hebt voorbereid. Soms zit hij juist in dat onverwachte zijspoor, in die gekke ingeving waardoor je grammatica ineens verandert in een stapel pannenkoeken.
Thomas Mulder, docent klassieke talen