Ioniserende stralen practicum
Donderdag 21 mei stond voor klas 5 met natuurkunde een practicum in het teken van ioniserende straling. De Universiteit Utrecht kwam deze dag met meetapparatuur en radioactieve bronnen naar school die wij op school niet (mogen) hebben. Een unieke kans voor leerlingen om hiermee te kunnen werken.

Voordat de leerlingen mochten gaan meten, gaf de medewerker van het stralingspracticum een veiligheidsinstructie over hoe de leerlingen veilig om konden gaan met de verschillende bronnen. Dit klinkt misschien spannend, maar dat valt heel erg mee. De proeven zijn namelijk zo ontworpen dat het radioactief materiaal niet vrij kan komen en er is goed nagedacht over hoe de leerlingen met zo weinig mogelijk straling worden belast. Om het een beetje in verhouding te zien: een foto van je gebit, een vliegreis of een wintersportvakantie levert al meer stralingsbelasting op.

Meten is weten
Na de veiligheidsinstructie konden de metingen beginnen aan verschillende opstellingen. In totaal waren er meer dan 20 proeven die de leerlingen konden doen, waarvan ze er minimaal 3 in 2 lesuren moesten uitvoeren. De onderwerpen van de proeven lopen behoorlijk uiteen, o.a. ouderdomsbepaling van radioactieve bronnen, het bepalen van de afstand tussen atomen in een kristalrooster met röntgenstraling, productonderzoek m.b.v. bètaminstraling, stralingssporen bekijken in een nevelvat en de dracht van alfastraling door lucht.
Natuurkunde
Na alle metingen gingen de leerlingen alvast een beetje met de verwerking van alle metingen aan de gang. Naast dat de leerlingen het heel fijn vinden om met practica bezig te zijn, is dit practicum ook een belangrijk onderdeel in het toepassen en ontwikkelen van vaardigheden bij het vak natuurkunde. In het vak natuurkunde wordt de theorie altijd gekoppeld aan een context. Dit practicum past daarom ook heel mooi in de leerlijn naar uiteindelijk het centraal eindexamen.
Al met al een hele (radio)actieve en leerzame dag.


